Topsportevenementen dragen bij aan sociale cohesie
21 mei 2026
Het bezoeken van topsportevenementen of het volgen ervan via de media draagt bij aan sociale contacten. Een derde van de volgers van topsportevenementen heeft de sociale banden verstevigd met mensen met wie ze het evenement volgden. Een vergelijkbaar aandeel heeft tijdens het evenement nieuwe mensen leren kennen en daarmee contact gehouden. Met name is dat het geval bij de groep die veel topsportevenementen volgt. Dit blijkt uit onderzoek van MOVES.
Meer betrokkenheid bij sport en gevoelens van trots
Ruim vier op de tien volgers van topsportevenementen zijn hierdoor meer betrokken geraakt bij sport. Onder de mensen die zelf ook sporten. is dit ongeveer de helft. Bij niet-sporters ruim een derde.
Het volgen van topsportevenementen draagt ook bij aan gevoelens van trots. Op de sportprestaties van de Nederlandse sporters (65%) en op Nederland (55%).
Volgen via media beter dan als bezoeker?
Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt dat je topsportevenementen beter via de media kunt volgen dan als bezoeker (60%). Volgen via de media gaat wel ten koste van de betrokkenheid bij het evenement.
Waardevolle studie
De kracht van dit onderzoek is de reikwijdte. Volwassen Nederlanders zijn de doelgroep en alle topsportevenementen in Nederland zijn meegenomen. Dit biedt een stevige basis om maatschappelijke gevolgen van topsportevenementen te duiden en vervolgonderzoek en beleid op te bouwen.
Online vragenlijst
Voor dit onderzoek hebben we gegevens verzameld via een online vragenlijst onder Nederlanders van 18 jaar en ouder. In het vierde kwartaal van 2024 hebben 3.807 respondenten uit het online panel van onderzoeksbureau Bilendi de vragenlijst ingevuld.
Over MOVES
MOVES is een programma van ZonMw. Het heeft tot doel om met onderzoek bij te dragen aan de maatschappelijke waarde van topsportevenementen. Het programma loopt van september 2023 tot en met augustus 2027. Meer informatie is te vinden op de website van MOVES.
Neem voor meer informatie contact op met Paul Hover.
